Ga naar inhoud

Lizzie Deignan’s overwinning in de eerste Parijs-Roubaix Femmes

Lizzie Deignan mocht de eerste Parijs-Roubaix Femmes eigenlijk niet winnen.

Ze was niet de favoriet. Ze was niet eens de schaduwfavoriet. Zelfs binnen haar eigen team was ze niet de eerste keuze.

"Ik was er om Ellen Van Dijk en Elisa Longo Borghini te helpen," zei Lizzie. "Dat was mijn taak."

Over de race zelf werd ook geringschattend gedacht. Al meer dan een eeuw hadden legendarische mannen hun naam in de modder en kasseien van de Hel van het Noorden gebeiteld. De vrouwen kregen te horen dat het te veel voor hen was – te zwaar, te gevaarlijk, te ver. Er werd gezegd dat niemand zou kijken. Gerenommeerde rensters zoals Lizzie vochten al decennialang om het vrouwenwielrennen in de schijnwerpers te krijgen. Niemand wist hoe de race zou verlopen, of hoe de wereld erop zou reageren.

Desondanks stonden de vrouwen aan de start.

Op die grauwe oktoberochtend was Noord-Frankrijk vrijwel stil. Door de COVID-beperkingen waren de cafés langs het parkoers, de velden en zelfs de beroemde wielerbaan van Roubaix leeg. Er waren geen mensenmassa's, geen chaos – alleen het holle gesis van banden op natte stenen. 

Het voelde bijna alsof de wereld even stilstond. En misschien was dat wel passend voor het moment. Want wat er vervolgens gebeurde, kwam 125 jaar te laat.

Vraag een willekeurige wielrenner of wielrenster om Parijs-Roubaix te beschrijven en ze zullen je vertellen dat het meer een gevecht is dan een race. Voor de vrouwen was het een 116 kilometer lange beproeving over ruwe landweggetjes, scherpe kasseien en oneindige hoeveelheden modder. Als je ook maar één moment vertraagt op de kasseien, zie je de concurrentie wegvliegen terwijl jij op de pedalen moet stampen om weer op snelheid te komen. Als je valt, of als iemand die in je kielzog rijdt over je heen valt, dan ga je waarschijnlijk met een gipsverband terug naar huis.

"Tijdens de training voelde het al gewoon verschrikkelijk", zei Lizzie. "Als je ook maar een beetje snelheid verloor, was het alsof je tegen een muur aanreed." 

Deze keer was de muur nat. De regen veranderde de kasseien in een modderige, olieachtige glijbaan en het peloton maakte zich op voor chaos. Maar onder de angst borrelde iets anders.

"Er was een gevoel van kameraadschap," zei Lizzie. "Het voelde alsof de kans om erbij te zijn, om samen te racen, belangrijker was dan wie er zou winnen."

De eerste kasseistroken zorgden voor chaos in de race. Rensters kwamen ten val. Fietsen gingen kapot. Lizzie reed vooraan, in de hoop de chaos te ontlopen. Vlak voor het einde van de eerste kasseienstrook, reed ze bijna per ongeluk weg uit de kopgroep.

"Ik reed solo, maar ik hoorde via de radio: 'Lizzie, ga op zeventig procent rijden. Blijf gewoon doorrijden, houd de druk erop'", vertelde ze.

En dat deed ze, daar in haar eentje, omringd door niets anders dan het geratel van carbon op graniet, het getik van de regen en het geluid van haar eigen ademhaling.

Het weer verslechterde. De radio viel stil. De achtervolgers verdween in de verte, opgeslokt door chaos. En toen, door de ruis heen: "Geef honderd procent."

"Dus dat deed ik", zei ze.

Lizzie fietste tachtig kilometer alleen, door dikke, modderige sporen en over stenen die zo glad waren als ijs.

"Op die dag had ik het geluk dat ik een paar van de beste benen uit mijn carrière had", zei ze. "Het voelde alsof ik zweefde. Het voelde als asfalt."

Achter haar begon Marianne Vos – een van de grootste wielrensters aller tijden – het gat te dichten.

"Als je door iemand wordt achtervolgd,” zei Lizzie, “dan is Marianne Vos wel de laatste die je wilt.”

Enkele minuten na de podiumceremonie stapte Lizzie de betonnen doucheruimtes van de wielerbaan in Roubaix binnen, de beroemdste kleedkamer in de wielersport. Generaties lang waren daar alleen mannen binnen geweest. Elk douchehokje was gemarkeerd met een messing plaatje met een naam erop gegraveerd: Merckx. Hinault. Cancellara. Binnenkort zou er een nieuwe naam bijkomen.

"Ik had de foto's van die douches al zo vaak bekeken," zei Lizzie. "Ik had nooit gedacht dat ik de eerste vrouw zou zijn die een plaatje in die douches zou krijgen. Het was onwerkelijk, maar het voelde ook symbolisch – alsof jarenlange onderschatting, vooroordelen over vrouwen en het gevoel dat de sport me al die jaren in de steek had gelaten, werden weggewassen."

Die avond pakte het team snel hun spullen in. Ze hadden de volgende dag een wedstrijd in Engeland. Toen de auto wegreed, kreeg Lizzie's telefoon weer bereik op het afgelegen Franse platteland.

 "Het ging helemaal los," zei ze lachend. "Mensen hadden de wedstrijd echt gezien." Al mijn andere overwinningen waren slechts te zien als hoogtepunten op YouTube, maar deze – die hadden de mensen live gezien. Dat maakte echt het verschil."

Toen de wereld eindelijk opkeek uit de stille grijze ochtend in Frankrijk, zagen ze iets nieuws – niet een vrouwenversie van een mannenrace, maar Parijs-Roubaix zelf, als herboren.

"We hadden laten zien wat we konden, en we hebben het fantastisch gedaan," zei Lizzie. "Op het zwaarste parcours, onder de zwaarste omstandigheden. We hebben er een geweldige show van gemaakt."  

Maar Lizzie hield stand. Elke kasseienstrook was een beproeving, elke bocht een afweging tussen snelheid en overleven.

"Het laatste wat je wilt doen als je benen zo moe zijn, is linksaf slaan naar weer een kasseienstrook," zei ze. "Maar ik bleef maar denken: nog ééntje te gaan."

Toen ze de laatste strook naderde, had Lizzie nog iets meer dan een minuut voorsprong. "Ik wist dat als de achterstand niet kleiner zou worden, ik het zou redden."

Eindelijk maakten de stenen plaats voor glad beton. Lizzie reed in haar eentje het Velodrome van Roubaix binnen, besmeurd met modder en met grote ogen. Er klonk geen gejuich — alleen hier en daar een paar stemmen van teamgenoten, pers en staf, weerkaatsend tegen de betonnen tribune. Een vreemd zacht geluid voor zo'n groots moment.

"Het voelde op de een of andere manier een beetje griezelig," zei Lizzie. "Maar bij het passeren van de finishlijn, voelde ik pure vreugde. Ik wilde het echt te voelen, het helemaal in me op te nemen. Het was de eerste overwinning die groter voelde dan ikzelf."